Vragen? Bel 06 – 160 749 53 of mail mij info@jarnoduursma.nl

Vragen? Bel of mail mij

Dit artikel is geschreven door Jarno Duursma. Meer weten? Abonneer je dan op zijn AI-nieuwsbrief. 27.000+ mensen gingen je voor.

De wereldwijde intelligentiecrisis.

In deze nieuwsbrief kijk ik naar een disruptief patroon dat in steeds meer sectoren zichtbaar wordt. Ik gebruik een gedachtenexperiment van Citrini Research als kapstok en werk in stappen uit hoe productiviteit, prijsdruk en automatisering elkaar kunnen versterken, met gevolgen die verder reiken dan alleen de techsector. In deze nieuwsbrief beschrijf ik de mogelijke kettingreactie.

De context

Er hangt iets in de lucht. Onrust. Nervositeit. In mijn vorige nieuwsbrief schreef ik het al: we naderen het kantelpunt.

Cognitieve intelligentie is overvloedig en goedkoop. Distributie verloopt gratis en vrijwel zonder wrijving. Er zijn enorme kapitaalinjecties. En de marginale kosten om tekst, computercode, beeld en analyses te creëren gaan richting nul. Alle output is bijna gratis.

AI schrijft inmiddels zelf computercode om problemen op te lossen. Kleine teams zijn in staat om in-house softwareoplossingen te bouwen. AI-assistenten schrijven, coderen en reviewen zelfstandig — en ze kunnen steeds langer autonoom handelen. Ze handelen in multi-agent systemen en swarms.

Tegelijkertijd zien we de opkomst van verticale AI: softwaretools die specifieke taken binnen een beroepsveld overnemen. Én AI-systemen die steeds beter getraind kunnen worden op grote, domeinspecifieke datasets binnen jouw bedrijf.

Dat is de context. Dit is wat nu gaande is. We leven in een stilte voor de storm.

Geen wonder dat zovelen nerveus zijn. Deze week werd een essay gepubliceerd van Citrini Research en dat essay raakte een gevoelige snaar: aandelen van DoorDash, American Express, Mastercard, Visa en Uber daalden allemaal sterk.

….. De frontlinie voelt collectief dat er iets aan de hand is. Het essay bracht iets teweeg.

Een gedachtenexperiment uit 2028

Het essay van Citrini Research dus. Wat maakt dat dit essay zelfs impact op de beurs maakt?

Het essay is allereerst geen harde voorspelling, maar een gedachtenexperiment: een fictieve macro-update uit juni 2028 die terugblikt op hoe een global intelligence crisis zich in de twee jaar daarvoor heeft ontvouwd. Er zit ongelofelijk veel in dit essay, ik zal het compact uitleggen in 6 stappen.

De centrale lijn is ongemakkelijk: wat als AI perfect blijkt te werken en de productiviteit explodeert? Dan nog kan het voor de economie, de financiële stabiliteit en de samenleving slecht uitpakken.

Het mechanisme dat het artikel beschrijft is simpel en genadeloos.

Stap 1 — De productiviteitssprong

AI-agenten kunnen steeds meer autonoom afhandelen en onderling samenwerken. Ze zijn gevrijwaard van menselijke beperkingen: 24 uur per dag, 365 dagen per jaar, onvermoeibaar aan het werk. Daardoor kan een bedrijf hetzelfde werk doen met minder mensen.

Op de korte termijn klinkt dat goed voor bedrijven: de kosten dalen, de winst kan stijgen, en beleggers worden optimistisch.

Maar het essay wijst op een bijeffect: als bedrijven vooral besparen door minder mensen te betalen (ontslagen, minder uren, minder freelancers), dan komt er minder salaris in omloop. Huishoudens hebben dan minder te besteden. Dat raakt winkels, horeca, reizen, huizen, alles waar consumenten geld aan uitgeven.

Tegelijk gaat een deel van het geld naar bedrijven en aandeelhouders, en een groot deel daarvan stroomt (aangewakkerd door sterke concurrentie en overlevingsdrang) weer terug naar nieuwe AI-investeringen. In dit scenario kan de beurs dus omhoog gaan, terwijl de ‘gewone economie’ juist afkoelt, omdat er minder koopkracht rondgaat.

Dit proces komt in een spiraal, maar dat leg ik uit bij onderdeel 4.

Stap 2 — De software-erosie

In een vorige nieuwsbrief schreef ik al hoe verticale AI-tools en plugins impact maken op de SaaS-sector. Deze week zagen we de koers van IBM bijvoorbeeld ook 13% (!) dalen, omdat Claude Code in staat is om Cobol — een oude programmeertaal — te moderniseren. Iets waar IBM nu nog goed voor betaald krijgt door hun klanten. Het rapport van Citrini trekt precies deze lijn door.

Deze ontwikkeling (druk op verdienmodellen) is inmiddels het gesprek aan de onderhandelingstafel bij softwarebedrijven. Inkopers overwegen om software zelf te bouwen. Ze worden minder afhankelijk van leveranciers. Softwarebedrijven zullen forse kortingen moeten bieden om klanten te behouden. Dat zet hun verdienmodel onder druk.

Salesforce heeft deze week al aangegeven hun ‘seats’ abonnementsmodel meer los te laten en klanten meer te laten betalen voor ‘ uitkomst’. Zelfkannibalisatie.

Stap 3 — De frictie verdwijnt

AI-agenten worden de standaard en draaien op de achtergrond. Ze zetten de aanval in op bedrijven die geld verdienen aan frictie. Wat bedoel ik daarmee?

Een groot deel van de diensten- en platformeconomie verdient geld aan gemakzucht. Mensen hebben geen tijd om producten uitgebreid te vergelijken. Ze vergeten hun abonnement op tijd op te zeggen. Ze kiezen gemak boven de scherpste prijs.

AI-agenten maken korte metten met die verdienmodellen. Ze price-matchen continu, heronderhandelen, stappen over en annuleren abonnementen — allemaal namens de consument. Machines hebben alle tijd van de wereld. En ze gaan de consument helpen.

Bedrijven die nu geld verdienen door het “gedoe weg te nemen” voor mensen, krijgen het dus zwaar. Wederom: verdienmodellen onder druk.

Stap 4 — De spiraal

Met AI is het anders dan eerdere technologische golven. Bedrijven kunnen nu niet rustig afwachten. Als ze het niet doen, worden ze ingehaald. De concurrentie zit niet stil en verschillende ontwikkelingen (agents (stap 1), vibe-coding (stap 2), agents die verdienmodellen afromen (stap 3)) zorgen voor druk op de verdienmodellen.

Dus als de druk toeneemt, doen ze twee dingen tegelijk:

1. Ze ontslaan mensen om kosten te verlagen.

2. Ze investeren extra in AI om met minder mensen toch hetzelfde werk te doen.

Deze extra investeringen in AI-software zorgen ervoor dat deze software kwalitatief beter wordt en in staat is om nog meer taken over te nemen, wat vervolgens ontslag van mensen in de hand werkt.

En vervolgens gebruiken bedrijven dit geld (besparing) weer om hun AI-software beter te maken onder druk van de markt en de toenemende concurrentie. Dat is de spiraal.

Stap 5 — De vluchtroute is geblokkeerd

We hebben altijd gedacht dat technologische innovatie eerst banen vernietigt en later weer nieuwe creëert. Maar dat was omdat die nieuwe banen steeds vereisten dat een mens ze uitvoerde. Deze keer is dat anders. AI is een systeemtechnologie: het manifesteert zich in iedere branche, in iedere sector. Veel kenniswerkers zullen moeilijk een nieuwe baan kunnen vinden. Er ontstaan wel nieuwe rollen, maar het zijn er minder — en ze betalen minder goed.

Stap 6 — De problemen in de consumenteneconomie

Witteboordenkenniswerkers hebben door hun goede salaris een enorme invloed op het nationaal besteedbaar inkomen en de consumentenuitgaven: huizen kopen, auto’s, vakanties, horeca, schoolgeld, verbouwingen. Wanneer deze groep massaal wordt ontslagen, besteden ze minder geld wat weer impact heeft op het inkomen van midden- en lage segment van de arbeidsmarkt

Als dubbelslag zullen veel witteboordenkenniswerkers na verloop van tijd werk gaan aannemen in het midden- en lage segment (de vluchtroute is immers geblokkeerd). Dat segment zal vervolgens ook weer de salarissen onder druk komen te staan. Een dubbele clusterfuck dus.

En dan de vervolgvragen. Wat betekent deze witteboordenwerkloosheid voor de hypotheekmarkt, wanneer veel mensen ver beneden hun inkomensniveau terechtkomen? Welk effect heeft het op de overheidsinkomsten, nu zoveel belasting wordt geheven op menselijke arbeid en inkomen? Kan het systeem deze structurele verdringing op de arbeidsmarkt aan?

Conclusie

Het essay is behoorlijk dystopisch. Het gaat ervan uit dat er in deze kettingreactie — want dat is het — van alles de verkeerde kant op valt.

Ook stelt het dat instituties en de overheid niet in staat zijn om alles recht te trekken.

Maar mijn belangrijkste kritiek zit in het volgende: het essay gaat ervan uit dat wanneer bedrijven met AI automatiseren, ze automatisch mensen gaan ontslaan. Als je mensen kunt vervangen, dan ga je ze vervangen.

Maar dan is er nog zoiets als Jevons paradox. Wanneer iets steeds goedkoper wordt, gaan we het steeds meer gebruiken. Cognitieve digitale intelligentie kun je juist inzetten voor méér output van betere kwaliteit tegen een lagere prijs.

Met hetzelfde aantal mensen veel meer doen en daarmee veel meer winst maken. Volledig nieuwe verdienmodellen ontdekken op plekken die eerder helemaal niet rendabel waren.

Dat is wat mij betreft de grote blinde vlek van dit essay.

De auteur vergeet daarnaast ook dat technologie weliswaar tot van alles in staat is, maar dat het niet van de een op andere dag geïmplementeerd kan worden. Dat je nog te maken hebt met wetgeving, compliance, governance, vaststaande processen, weerstand van medewerkers, et cetera. Er is dus nog tijd. Dat is de buffer in de window of opportunity waar ik eerder over schreef.

Maar het tegenovergestelde is ook waar: ik volg al zestien jaar lang de digitale ontwikkelingen op de voet en ben al sinds 2014 AI-spreker. Ik heb nog nooit gezien dat de ontwikkelingen zich zo snel opvolgen. Het komt niet eens in de buurt.

En dat gegeven maakt mij onrustig. Net zoals iedereen onrustig is in de frontlinie…