Vragen? Bel 06 – 160 749 53 of mail mij info@jarnoduursma.nl

Vragen? Bel of mail mij

Dit artikel is geschreven door Jarno Duursma. Meer weten? Abonneer je dan op zijn AI-nieuwsbrief. 27.000+ mensen gingen je voor.

Het jaar is net fris begonnen, en toch wil ik het heel even hebben over de weerstand jegens AI. … Loop even met mij mee, want het gaat ergens naartoe. 😉

Weerstand.

Ik lees het in de krant, hoor het, en voel het tijdens mijn presentaties over AI.

En als ik helemaal uitzoom, begrijp ik dat goed. Voor veel mensen blijven de voordelen van AI abstract en nog onvoldoende tastbaar, soms teleurstellend. En veel mensen vinden nieuwe technologie ook spannend; ze begrijpen het niet helemaal, zijn niet super digitaal vaardig of hebben beelden die niet kloppen.

En tegelijkertijd zien en horen ze wel steeds berichten over de mogelijke gevaren.

In de krant lees je steeds maar weer over het energieverbruik van datacenters, over de dreiging van een onzekere arbeidsmarkt, over ontslagen en over de groeiende macht van een kleine groep techbedrijven. Die tech-elite bezit de systemen, bepaalt de spelregels, bepaalt in de toekomst misschien of we in Europa GPT8 wel of niet mogen gebruiken en strijkt de winsten op, terwijl de lasten vaak bij de samenleving terechtkomen.

Waarom wantrouwen?

In een recent artikel van The New York Times werd onderzocht waarom het wantrouwen tegenover AI zo diep geworteld is. Mijn persoonlijke analyse komt neer op drie hoofdredenen.

  • De eerste reden is economische onzekerheid: de angst dat AI-systemen ons werk zullen overnemen. Die angst is niet ongegrond. In veel organisaties wordt bij dit soort ontwikkelingen niet gekeken met een menselijke blik, maar puur vanuit het perspectief van winst en efficiëntie. Dat maakt de zorgen begrijpelijk.
  • De tweede reden is de machtsconcentratie. Slechts een handvol Amerikaanse technologiebedrijven beschikt over enorme financiële middelen en macht. Ook die zorgen zijn begrijpelijk.
  • De derde reden heeft te maken met hoe we als samenleving naar technologie zijn gaan kijken. We bezien AI nu vaak door de lens van sociale media, de meest recente technologische revolutie.
    En eerlijk gezegd denk ik ook dat die ontwikkeling ons als samenleving meer kwaad dan goed heeft gedaan.
    In 2015 besloot ik daarom bijvoorbeeld de verkoop van mijn boek over sociale media stop te zetten. Niet omdat het niet meer verkocht, maar omdat ik er moreel niet meer achter kon staan. De belofte van verbinding bleek in de praktijk vooral verdeeldheid te brengen. En precies door die bril kijken veel mensen nu ook naar AI.

Daar komt nog iets bij: onze culturele verbeelding rond AI is grotendeels negatief. In films en series – van The Terminator tot Black Mirror – zien we steeds opnieuw hoe AI dreigend is. En we lezen al een paar jaar in de krant en zien op televisie enkel berichtgeving over de negatieve gevolgen, zelden of nooit over de positieve kant.

Geen wonder dat wantrouwen de boventoon voert.

Angst niet leidend

Toch mogen we de angst niet leidend laten zijn.

AI biedt enorme kansen voor innovatie, wetenschap en de broodnodige productiviteitsgroei. Nederland vergrijst in rap tempo. Als we ons onderwijs, onze zorg en onze welvaart op peil willen houden, zullen we met minder mensen méér werk moeten verzetten. De economische druk op de groep mensen die werkt, wordt dus steeds groter en AI kan een oplossing zijn.

AI kan ook zorgen voor betere, snellere wetenschappelijke doorbraken, beter onderwijs en economisch zeer waardevolle kennis.
In die context zie ik AI als een logische, volgende stap in onze cognitieve ontwikkeling als mens.

Risico’s

Dat betekent niet dat we naïef moeten zijn. Ook ik zie de risico’s. AI kan ons dommer maken, zeker als we het gemakzuchtig gebruiken. Ik zie ook de gevaren van machtsconcentratie. Duidelijk.

En in 2019 schreef ik in mijn GenAI rapport al over de opkomst van ‘synthetische troep’: AI-gegenereerde content die onze informatiestromen vervuilt en de grens tussen echt en nep laat vervagen.

Ook zie ik hoe werk kan worden uitgehold door AI, waarbij elke vorm van menselijke bezieling verdwijnt. En zo nog een waslijst van nadelen.

Spagaat

Ik worstel daar zelf ook mee. Aan de ene kant ben ik optimistisch over de enorme cognitieve sprong die we kunnen maken. Technologie als boost voor een betere wereld. Aan de andere kant vrees ik het verlies van menselijke vaardigheden, van de menselijke maat – en uiteindelijk een samenleving waarin we er collectief op achteruitgaan.

Toch heb ik vertrouwen. Wij mensen kunnen ons snel aanpassen. En gelukkig stelt bijvoorbeeld Europese wetgeving inmiddels duidelijke grenzen aan toepassingen zoals gezichtsherkenning, social credit systems en automatische selectie bij sollicitaties.

Oproep

Mijn oproep aan jou als lezer voor de start van 2026 is dan ook: kijk niet in zwart-wit naar AI. Hak het in stukjes. Kunstmatige intelligentie is geen één ding. Het bestaat uit onderdelen, toepassingen, stukjes. Sommige zijn waardevol, andere gevaarlijk. Het ligt genuanceerd.

Ben je kritisch? Mooi. Voel je weerstand? Okee. Maar kijk dan hoe je die weerstand kunt ombuigen naar betrokkenheid. We hebben kritische denkers hard nodig om deze technologie in goede banen te leiden.

Wees dus geen toeschouwer. Ga experimenteren met verschillende tools. Kijk of je kunt aanhaken bij een AI-initiatief binnen je bedrijf. Denk mee. Bouw mee. Aan een toekomst waarin innovatie samengaat met menselijkheid, met gedeelde welvaart en met respect voor onze planeet.

AI: Bemoei je ermee in 2026 zou ik zeggen!