Hoe blijf je menselijk in het tijdperk van digitale technologie? 

Sommigen van jullie weten het, sommigen niet; In de jaren 90 en aan het begin van dit millennium was ik DJ. Op feesten en clubpodia draaide ik elektronische muziek. En ik heb dat altijd met heel veel plezier gedaan, maar het nadelige gevolg was dat ik inmiddels last heb van tinnitus: een onophoudelijke pieptoon in mijn rechteroor. Om het geluid van de piep te verminderen draag ik af en toe overdag een gehoorapparaat. 

 

Vanzelfsprekend ben ik heel blij met deze technologische ontwikkeling. Technologie heeft ons als mensen altijd al geholpen om onszelf te verbeteren. We hebben een pacemaker wanneer ons hart niet meer zo goed werkt. We gebruiken een stethoscoop om te horen wat menselijke oren niet kunnen waarnemen. We gebruiken een graafmachine om onszelf vele malen meer kracht te geven dan onze spieren leveren. We sturen een robot naar Mars om de planeet te verkennen, omdat we er zelf zouden doodgaan. We maken een MRI-scan om in het menselijk lichaam te kijken, zonder het te hoeven openmaken. 

 

In het huidige tijdperk van corona zijn de mogelijkheden van digitale technologie overduidelijk. Bovendien zijn we eraan herinnerd hoe snel deze zich ontwikkeld heeft. Zoom, WhatsApp, Wikipedia, Netflix, Gmail, Instagram, LinkedIn, Skype en Spotify bestonden 20 jaar geleden nog niet eens. Maar nu worden ze door iedereen gebruikt. Het zijn allemaal tools waardoor we ons werk konden blijven doen, naar school konden blijven gaan, met elkaar verbonden konden blijven. Met andere woorden: stel dat de pandemie 20 jaar geleden had plaatsgevonden, dan was de ontwrichting wellicht groter geweest. 

 

Vermenselijking van technologie 

De afgelopen jaren is er een kwantitatieve, maar ook een kwalitatieve groei van kunstmatig intelligente software geweest. Deze slimme software heeft ervoor gezorgd dat we steeds meer menselijke vaardigheden kunnen versterken en aanvullen. Er is nu bijvoorbeeld software op het gebied van de menselijke taal, die in staat is om lange stukken tekst samen te vatten. En spraak kan bijvoorbeeld worden omgezet in tekst.

 

Ook de menselijke vaardigheid van het ‘kijken’ kan worden aangevuld door digitale technologie: computervision en image recognition technology. Technologie heeft eigen ogen gekregen om te kijken, waardoor bijvoorbeeld zelfsturende autos aan het verkeer kunnen deelnemen. Het menselijke praten wordt overgenomen en aangevuld door systemen als Google Duplex en Amazon Alexa. Technologiebedrijven kunnen met software een stem produceren die niet meer van echt is te onderscheiden. Het is zelfs tegenwoordig mogelijk om je eigen stem te kopiëren. Met zo’n systeem kun je je gekloonde stem vervolgens van alles laten zeggen, door eenvoudig een toetsenbord te bedienen. 

 

Kunstmatige intelligentie is ook goed in het versterken van ons luistervermogen. Zo bleek in het tijdperk van corona dat smartphone-software veel meer informatie kan halen uit wat gezegd wordt dan menselijke luisteraars. De diagnose corona kan namelijk gesteld worden door kunstmatig intelligente software, nadat je hebt gehoest in je smartphone. De kunstmatig intelligente software analyseert het geluid en komt met het resultaat. Het is nog niet feilloos en nog niet goedgekeurd door de FDA in Amerika of in andere landen, maar dat de mogelijkheid bestaat dat zoiets zou kunnen is natuurlijk al magisch. 

 

Ook het meest persoonlijke onderdeel van de mens wordt steeds meer het domein van kunstmatig intelligente software, iets wat het hart raakt: de herkenning van menselijke emoties. Dit soort software werkt al behoorlijk goed bij de meest uitgesproken emoties. Misschien kan een psycholoog over tien jaar al wel gebruik maken van dit soort software als extra diagnostisch instrument. 

Zelfs op het gebied van de verbeeldingskracht en creativiteit wint kunstmatig intelligente software aan kracht. Slimme machines zijn in staat om allerlei nieuwe beelden, teksten en invalshoeken te bedenken. Zeg tegen een slimme computer: maak een afbeelding van een stoel die lijkt op een avocado, en je krijgt tientallen suggesties. Net zoals bij onze verbeeldingskracht. 

 

Maar er is ook een schaduwzijde: Deskilling. We verliezen vaardigheden, omdat technologie ze van ons overnemen. Technologie maakt ons vaak sneller sterker en slimmer, maar het gevolg is dat we die vaardigheden minder vaak gebruiken en trainen. Daardoor verleren we vaardigheden die vroeger algemeen waren. Wie doet nog aan hoofdrekenen? Wie onthoudt twintig telefoonnummers? Wie heeft nog een fatsoenlijk handschrift? Wie kijkt nog naar de wolken om te zien of het gaat regenen? 

 

Een ander nadeel van de vermenselijking van technologie is dat we steeds minder direct persoonlijk contact in de fysieke wereld hebben. Veel communicatie verloopt digitaal, via smartphone en sociale media, maar dat is veelal oppervlakkig. Misschien zorgt al die digitale communicatie er wel voor dat we minder aandacht hebben voor vrienden, gezinsleden, familie met wie we écht een intieme vertrouwensband hebben. 

Zelfs in de supermarkt hoef je geen caissières van vlees en bloed meer te spreken. Ook praten we steeds meer met onze digitale assistenten, die almaar persoonlijker worden in hun uitspraak en geveinsde emoties.


Empathie

Gelukkig hoeven we als mens niet bang te zijn dat we gedomineerd gaan worden door software. Er zijn heel veel menselijke vaardigheden die slimme computers nog lang niet van ons kunnen overnemen. Wij mensen kunnen bijvoorbeeld heel goed generaliseren op basis van een enkel voorbeeld. Wij hebben modellen die zijn geëvolueerd in ons brein om de fysieke wereld te begrijpen en sociale omgangsvormen te analyseren. Wij mensen zijn ook heel goed in het improviseren, zelfstandig plannen en onderling samenwerken. En niet onbelangrijk: wij mensen zijn heel erg nieuwsgierig en zijn heel goed in het stellen van de juiste vragen. En het allerbelangrijkste: wij hebben gevoelens van empathie, hechting, liefde en onderlinge verbondenheid. 

 

De koers die we moeten afleggen om ons te blijven onderscheiden van slimme software is volgens mij dus: word nog meer mens. Ontwikkel jezelf nog meer op persoonlijk niveau. Versterk dus de typisch menselijke vaardigheden. Niet alleen cognitief, maar vooral ook emotioneel. Daarbij helpt het onszelf vragen te blijven stellen als: wie ben ik? Wat doe ik? `waarom doe ik dat? Hoe voel ik mij? Waarom voel ik mij zo? Waarom blijft die ene opmerking zo lang bij mij plakken? Maar ook: waarom wil ik altijd het stuur in handen hebben? Waarom kan ik zo slecht omgaan met autoriteit? 

Zelfreflectie is de manier om onze menselijkheid te vergroten. En als we dat doen, vergroten we ook onze empathische vermogens. 

 

Onze zachte menselijke kant zal ons altijd onderscheiden van computers en ons een blijvende voorsprong geven. Daarom is het belangrijk dat we juist die eigenschappen blijven ontwikkelen. Alleen wanneer we empathisch zijn tegenover anderen en onszelf, zullen we technologie op een manier gebruiken waarvan álle mensen profiteren. En dan kan de technologie de samenleving in zijn geheel vooruitbrengen.